info

15. sep, 2019

Informatie voor familie en betrokkenen

​Een delier of acute verwardheid kan vele oorzaken hebben. Als uw familielid, vriend(in) of kennis in ons ziekenhuis ligt met een delier, dan kan deze informatie voor u belangrijk zijn.

Hij of zij is opgenomen vanwege ziekte, ongeval en/of operatie. Zoals u waarschijnlijk heeft gemerkt, reageert uw familielid, vriend(in) of kennis niet zoals u van hem of haar verwacht. U bent mogelijk geschrokken van de toestand waarin u hem of haar aantrof. Daarom vinden wij het belangrijk u op de hoogte te brengen van dit voor u ‘vreemde’ gedrag.

Degene die u in zijn of haar ‘normale’ doen kent, is nu onrustig. Het is moeilijk om een gesprek met hem of haar te voeren. Hij of zij begrijpt u niet en denkt op een andere plaats te zijn. Misschien heeft de verpleegkundige of de dokter u verteld dat uw familielid, vriend(in) of kennis verward is. Deze vorm van verwardheid wordt ook wel een delier genoemd. Deze toestand is tijdelijk.

Hoe ontstaat een delier?

Een delier of acute verwardheid kan vele oorzaken hebben. Misschien heeft u wel eens van een alcoholdelier gehoord. Dit is de meest bekende vorm van het delier. Maar ook iemand die nog nooit alcohol heeft gebruikt, kan een delier krijgen.

Andere mogelijke oorzaken zijn ‘grote’ operaties, ziekten aan het hart of de longen, ontstekingen, en stoornissen in de stofwisseling of hormonen.

Ook kan een ongeluk (hersenschudding/kneuzing), medicijngebruik (bijvoorbeeld tegen de pijn), stress, angst of te weinig slaap bijdragen aan het ontstaan van de verwardheid. Patiënten die ouder zijn dan zestig jaar, hebben een hoger risico om acuut verward te raken.

Wat zijn de verschijnselen?

De patiënt is niet zo helder als normaal. Het lijkt alsof de dingen langs hem of haar heen gaan in een soort dromerigheid. Misschien hebt u net iets verteld wat hij na korte tijd alweer vergeten is. Realiseert u zich dat dit niet bewust gebeurt.

Het geheugen kan iemand in de steek laten. Met name de dingen die net of kort geleden zijn gebeurd, weet de patiënt dan niet meer. De patiënt weet misschien niet zo goed meer waar hij of zij is en is niet meer ‘bij de tijd’. Hij of zij is de ‘vat’ op zichzelf en de omgeving kwijt.

Dat kan de patiënt beangstigen. De reacties van de patiënt kunnen daardoor waakzaam, achterdochtig of zelfs agressief van aard zijn. Daarentegen kan de patiënt zich ook juist stilletjes terugtrekken in tegenstelling tot wat u van hem of haar gewend bent.

De patiënt met een delier kan de werkelijkheid anders ervaren. Hij of zij ziet of hoort dingen die er niet zijn, bijvoorbeeld beestjes of stemmen/geluiden. Voor de patiënt zijn die beestjes of stemmen/geluiden er echt, dus niet ‘uit het hoofd’ te praten.

Hoe lang duurt een delier?

Als de lichamelijke situatie verbetert, neemt de verwardheid af. De periode van verwardheid kan variëren van enkele uren tot dagen. Deze duur is afhankelijk van de volgende factoren:

  • ernst van de lichamelijke aandoening;
  • de leeftijd van de patiënt;
  • de conditie van de patiënt.

Waaruit bestaat de behandeling?

De arts zal proberen zo snel mogelijk de oorzaken van het delier vast te stellen en deze te behandelen. Daarnaast kan het zinvol zijn om de patiënt medicijnen te geven om de verschijnselen van het delier te verminderen.

De patiënt met een delier kan onrustig zijn, plukt aan lakens, probeert uit zijn of haar bed te stappen. Als hij of zij erg onrustig is, kan het nodig zijn om hem of haar vast te binden, om te voorkomen dat de patiënt uit bed valt en zich beschadigt of bijvoorbeeld het infuus lostrekt.

Wat kunt u doen?

In uw contact met de patiënt kan een aantal punten belangrijk zijn. De patiënt kan hiermee worden gesteund in zijn of haar situatie en het contact kan verbeteren. Wat u kunt doen:

  • Als u op bezoek komt, zeg dan wie u bent, waarom u komt en herhaal dit zo nodig.
  • Vertel de patiënt, indien mogelijk, dat hij of zij ziek is en in het ziekenhuis ligt.
  • Spreek rustig en in korte duidelijk zinnen. Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: ‘Heeft u lekker geslapen?’ en niet: ‘Heeft u lekker geslapen of bent u steeds wakker geweest?’
  • Bezoek is erg belangrijk, maar te veel personen of een te lange bezoektijd in één keer werkt vermoeiend en verwarrend.
  • Ga als u met meer personen op bezoek komt, zo veel mogelijk aan één kant van het bed of stoel zitten zodat de patiënt zich op één punt kan richten.
  • Let erop dat de patiënt zo nodig zijn of haar bril en/of gehoorapparaat gebruikt.
  • Het is beter voor de patiënt wanneer u niet meegaat in de ‘vreemde’ waanideeën of met de dingen die de patiënt ziet of hoort, maar die er niet zijn.
  • Probeer de patiënt niet tegen te spreken, maar zo mogelijk wel duidelijk te maken dat uw waarneming anders is. Maak er geen ruzie over.
  • Praat met de patiënt over bestaande personen en echte gebeurtenissen.
  • Probeer de patiënt te betrekken bij het hier en nu door de (buurt/stads)krant mee te nemen en er stukjes uit voor te lezen.
10. sep, 2019

De ziekte van Parkinson is een veel voorkomende aandoening van patiënten van middelbare leeftijd en ouderen. Bij deze neurologische aandoening ontstaan ook motorische problemen waardoor o.a. bewegingsproblemen tot stand komen. Sommige patiënten met de ziekte van Parkinson merken problemen met het gezichtsvermogen naarmate de ziekte vordert. De patiënt ziet bijvoorbeeld wazig en hij heeft droge ogen. Daarnaast treden tal van andere oogproblemen op. Voor het behandelen van de vele symptomen zijn tal van zelfzorgtips of medische behandelingen beschikbaar.

 

Ziekte van Parkinson en de ogen

De ziekte van Parkinson is een progressieve aandoening waarbij het centrale zenuwstelsel achteruitgaat. Tal van symptomen zijn hierbij mogelijk, onder andere oogafwijkingen. De ooggerelateerde symptomen van de ziekte van Parkinson zijn te wijten aan een motorische of een zintuiglijke disfunctie. Bij deze neurologische aandoening is het dopaminegehalte verlaagd in het centrale zenuwstelsel, maar ook in de ogen. Dopamine is een neurotransmitter die zorgt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen. Door het lage dopaminegehalte ontstaan zowel motorische als sensorische symptomen. Dopamine bevindt zich in amacriene cellen (zenuwcellen zonder lange uitlopers) in het netvlies van het oog, wat mogelijk tal van oogproblemen veroorzaakt.

Symptomen door een verlaagd dopaminegehalte

Diverse oogaandoeningen zijn mogelijk bij de ziekte van Parkinson. Deze veroorzaken afwijkingen in het gezichtsvermogen.

Oogaandoeningen

Bij een aantal patiënten convergentie-insufficiëntie op. De ogen werken niet goed samen wanneer de patiënt naar een object vlakbij de ogen kijkt. De ogen richten zich namelijk niet of onvoldoende naar de neus. Hierdoor treedt vermoeidheid op en heeft de patiënt bijvoorbeeld last met het lezen van teksten. Daarnaast heeft de patiënt een verlaagde knipperfrequentie. Hierdoor heeft hij last van droge ogen en heeft hij een wazig gezichtsvermogenDiplopie (dubbelzien), blefaritis (ontsteking van de ooglidranden), blefarospasme (ooglidkramp) en het niet kunnen openen van de oogleden (apraxie) zijn andere veel voorkomende symptomen. De patiënt overwint de apraxie van het ooglid door het openen van het oog met de vingers. Bij de veroudering van het oog treden soms nog glaucoom (verhoogde oogboldruk), cataract (staar: troebele ooglens) of maculadegeneratie (centraal zicht vervaagt) op.

Gezichtsvermogen

Door het verlies van dopamineneuronen in het netvlies van het oog, heeft de patiënt afwijkingen in het gezichtsvermogen. De patiënt heeft problemen met het inschatten van afstand en bovendien heeft hij geen ruimtelijk inzicht meer. Tevens is het voor hem moeilijk om gezichtsuitdrukkingen van anderen in te schatten. Daarnaast treden wijzigingen op in het kleurenzien. De patiënt lijdt namelijk aan een vorm van blauw-geel-kleurenblindheid. Een ander ooggerelateerd kenmerk van de ziekte van Parkinson, is de verminderde contrastgevoeligheid (kleur en helderheid). De patiënt ziet hierdoor minder scherp. Tot slot treden visuele hallucinaties (zien van onechte beelden) op waardoor de patiënt flikkerende lichten ziet. Dit is mogelijk een gevolg van medicatiegebruik.

Diagnose en onderzoeken

De oogarts heeft informatie nodig over de medische geschiedenis van de patiënt. Daarna krijgt de patiënt een uitgebreid oogonderzoek. De oogarts onderzoekt de contrastgevoeligheid via een speciale contrastgevoeligheidstest. Hij identificeert een verminderde gezichtsscherpte, een verminderd kleurenzichtnystagmus (wiebelogen), convergentie-insufficiëntie, een verminderde knipperreflex (met als gevolg een “starend” uiterlijk) en een verminderde contrastgevoeligheid. De oogarts voert ook nog een gezichtsveldonderzoek uit. Af en toe heeft de patiënt namelijk gezichtsvelddefecten die duidelijk in beeld komen bij dit onderzoek.

Behandeling oogproblemen

Algemene behandeling

De arts behandelt de aandoening zelf, bijvoorbeeld via extra dopamine. Hij controleert de patiënt wel regelmatig.

Medische therapie

Patiënten met de ziekte van Parkinson krijgen twee brillen namelijk één voor veraf (kijken op afstand) en één voor dichtbij (lezen). Soms is een prismabril een betere optie. Kunsttranen en zalven, topische anti-inflammatoire druppels, orale (via de mond ingenomen) visolie en andere orale medicatie zijn medicijnen die helpen bij droge ogen. Het is tevens belangrijk om een correcte ooglidhygiëne te hanteren. Warme, vochtige kompressen of zalven verminderen de oogirritatie. Blefarospasme en apraxie van de ooglidopening zijn te behandelen met botulinum toxine injecties (botox). Visuele hallucinaties zijn het gevolg van de onderliggende ziekte of van medicatiegebruik. Indien mogelijk past de neuroloog de dopaminerge medicatie aan. Atypische antipsychotica bestrijden eveneens de symptomen.

29. aug, 2019

We weten dat een eiwitrijk dieet de opname van levodopa kan beïnvloeden. Maar wat betekent dit voor mensen met Parkinson?

27 augustus · min gelezen

Parkinson ontwikkelt zich wanneer cellen in de hersenen niet meer goed werken en na verloop van tijd verloren gaan. Deze hersencellen produceren een chemische stof genaamd dopamine. Symptomen beginnen te verschijnen wanneer de hersenen niet genoeg dopamine kunnen maken om de beweging goed te regelen.

Levodopa is een aminozuur dat voor het eerst werd ontdekt in de jaren zestig. Vandaag de dag is het nog steeds een van de belangrijkste medicijnen die worden gebruikt om de symptomen van Parkinson in alle stadia van de aandoening te behandelen. Het werkt door dopamine te vervangen dat verloren is gegaan in de hersenen.

Waarom niet gewoon dopamine nemen?

In theorie zou de eenvoudigste manier om Parkinson te behandelen zijn de dopamine die verloren is gegaan via supplementen direct te vervangen. Maar er is een complicatie. Dopamine zelf kan de bloed-hersenbarrière niet overschrijden - een natuurlijke barrière die de hersenen beschermt tegen bacteriën en virussen die zich in het bloed kunnen bevinden. Dit betekent dat het direct innemen van dopamine niet effectief is omdat het niet via het bloed in de hersenen kan komen.

Het probleem met de bloed-hersenbarrière
We krijgen allemaal af en toe infecties, een verkoudheid of buikwants, verruca of voetschimmel. Virussen, bacteriën en schimmels kunnen ...
medium.com

Gelukkig kan levodopa de bloed-hersenbarrière passeren, de hersenen in, waar het wordt omgezet in dopamine.

Een indirect pad

Maar wanneer een tablet levodopa wordt ingeslikt, komt het medicijn niet rechtstreeks naar de hersenen waar het nodig is.

In plaats daarvan reist het langs het spijsverteringsstelsel en bereikt het de dunne darm. En hier komt levodopa de bloedbaan binnen, waar het vervolgens naar de hersenen wordt getransporteerd.

Levodopa reist door het spijsverteringsstelsel

Een competitieve exit

Levodopa beweegt van de dunne darm naar de bloedbaan via een proces dat absorptie wordt genoemd .

Er zijn een aantal transporters die de dunne darm bekleden, elk ontworpen om aminozuren, zoals levodopa, vanuit de darm naar de celwand te transporteren, waar ze vervolgens in de bloedbaan terechtkomen.

Dit is een zeer effectief mechanisme om levodopa in het bloed te krijgen. Het probleem is dat andere aminozuren ook in de rij staan ​​om de transporters te gebruiken om de darm te verlaten. En dit creëert concurrentie om door de uitgang te komen voordat het medicijn wordt afgebroken en niet langer kan werken.

Absorptie van levodopa in de bloedbaan

Dieeteiwit en Parkinson

Deze bekende interactie tussen levodopa en aminozuren in de darm betekent dat mensen met Parkinson voorzichtig moeten zijn met hun eiwitconsumptie rond het moment van inname van hun medicatie.

Wanneer je een grote hoeveelheid eiwitten hebt, worden ze in de maag afgebroken tot aminozuren. En zodra deze aminozuren de dunne darm binnendringen, beginnen ze te concurreren met levodopa om het transportsysteem in het bloed te gebruiken. Deze competitie kan leiden tot een vermindering van de hoeveelheid levodopa die de hersenen bereikt, wat op zijn beurt de effectiviteit van de dosis vermindert.

Een vroege studie uit 1987 toonde aan dat op een eiwitarm dieet 11 mensen met Parkinson gevoeliger waren voor de effecten van levodopa , en zagen gedurende de dag verminderde schommelingen in hun symptomen in vergelijking met een eiwitrijk dieet. We weten nu echter dat een eiwitarm dieet niet aan te raden is voor mensen met Parkinson. Dus wat is het antwoord?

Een praktische aanpak

We spraken met Shelley Jones, een consultant-apotheker bij King's College Hospital, over hoe mensen met Parkinson hun eiwitinname moeten beheren:

Foto door Shayda Torabi op Unsplash

“Het belangrijkste om te zeggen is dat we mensen met Parkinson niet aanbevelen een eiwitvrij dieet te volgen. We hebben eiwitten nodig om onze spieren sterk te houden - dit is vooral belangrijk voor mensen met dyskinesie , waar vermoeidheid vaak voorkomt. Het beste is om een ​​gezond, uitgebalanceerd dieet te volgen ”

Dus, wat kunnen mensen met Parkinson doen om ervoor te zorgen dat ze gezond eten, maar dat hun medicatie nog steeds effectief is?

"Zoals met de meeste dingen met Parkinson, is het niet een maat past iedereen," zegt Shelley. “Voor sommigen werkt het eten van een eiwitrijke maaltijd op een ander tijdstip van de dag tot wanneer ze hun medicatie innemen goed. Voor anderen werkt het eten van kleinere porties eiwitten gedurende de dag beter. "

“Het gaat erom wat het beste voor jou is. Als uw symptomen bijvoorbeeld 's ochtends erger zijn, vermijd dan op dit moment eiwitrijk voedsel. Dit kan helpen om de respons van uw lichaam op medicatie te verhogen en onvoorspelbare motorische schommelingen te voorkomen. Je zou dan je belangrijkste eiwitmaaltijd 's avonds kunnen eten, omdat een langzamere reactie op medicatie op dit moment misschien niet zo belangrijk is. ”

Meer praktisch advies over het eten van eiwitten vindt u op onze website:

Waarom eiwit belangrijk is voor mensen met Parkinson
Eiwitten zijn gemaakt van 'bouwstenen' genaamd aminozuren. Het lichaam heeft aminozuren nodig om goed te werken. Sommige amino ...
www.parkinsons.org.uk

Hoe zit het met andere medicijnen?

Het is alleen levodopa dat concurreert met aminozuren om te worden opgenomen in de dunne darm. Dopamine-agonisten (geneesmiddelen die dopamine in de hersenen nabootsen) worden op een andere manier ingenomen.

Maar voedsel kan invloed hebben op hoe we medicijnen opnemen. En dit geldt met name bij mensen met Parkinson.

In Parkinson kan het spijsverteringskanaal direct vertragen en constipatieveroorzaken En deze traagheid verhoogt het risico dat medicijnen in de darm worden afgebroken voordat het de hersenen bereikt. Veel mensen met Parkinson vinden dat het uitstellen van een grote maaltijd tot een uur of twee na het innemen van hun medicatie kan helpen bij het absorberen van medicijnen en het verbeteren van hun symptomen.

Houd er echter rekening mee dat sommige geneesmiddelen van Parkinson (met name co-beneldopa en co-careldopa) ziekte kunnen veroorzaken als ze op een lege maag worden ingenomen. Het eten van een snack met weinig eiwitten (zoals een cracker, koekje of toast) wanneer u uw dosis inneemt, kan deze bijwerking helpen verminderen.

29. aug, 2019

Kledingtips voor Parkinsonpatiënten

Sommige kledingstukken kunnen onhandig zijn en bepaalde stoffen kunnen niet echt comfortabel aanvoelen.

  • Draag schoenen waar u gemakkelijk in stapt. Bijvoorbeeld zonder veters, of met klittenband.
  • Leren zolen zijn wel verstandig, daarmee heeft u meer ‘grip’ tijdens het staan/lopen.
  • Gebruik een lange schoenlepel om uw schoenen moeiteloos aan te trekken.
  • Om warm te blijven, is thermisch ondergoed een aanrader. Zit ook lekker stevig!
  • Kies kleding met eenvoudige sluitingen; niet tientallen kleine knoopjes of haakjes waarmee u moet priegelen.
  • Gedoe met ritsen? U kunt ook kiezen voor kledingstukken met elastiek.
  • Zijden kleding draagt comfortabel.
  • Dat geldt ook voor lakens en dekbedovertrekken: in zijden of satijnen beddengoed kunt u zich makkelijker omdraaien in bed.
26. aug, 2019

Wat is multiple systeematrofie?

Multiple System Atrophy (MSA) is een zeldzame neurodegeneratieve aandoening die in elke combinatie een veelvoud van symptomen kan veroorzaken, waaronder evenwichtsstoornissen, bewegingsproblemen, slechte coördinatie, blaasstoornissen, slaapstoornissen en slechte bloeddrukcontrole. De ziekte stond eerst bekend als het Shy-Drager-syndroom. Momenteel wordt aangenomen dat MSA 'sporadisch' is, wat betekent dat er geen gevestigde genetische of omgevingsfactoren zijn die de ziekte veroorzaken. Enkele rapporten hebben families met MSA beschreven, maar deze bevinding is waarschijnlijk zeer zeldzaam.

Wat zijn de symptomen van MSA?

Meestal is het eerste klinische symptoom dat een patiënt opmerkt licht in het hoofd, duizeligheid en episoden van flauwvallen, maar de eerste symptomen bij sommige patiënten kunnen problemen zijn met het initiëren van beweging, lichaamsstijfheid, urine-incontinentie en verhoogde valpartijen. Het autonome zenuwstelsel is essentieel voor het beheersen van bloeddruk, lichaamstemperatuur, spijsvertering, urineren en seksuele functie, dus MSA is grotendeels een ziekte die het autonome zenuwstelsel aantast. Sommige patiënten lijken echter geen ernstige autonome symptomen te hebben, waardoor het bereik van de symptomen van persoon tot persoon wordt benadrukt.

Het verschil tussen MSA en de ziekte van Parkinson

Hoewel veel klinische symptomen ook aanwezig zijn bij mensen met de ziekte van Parkinson, vertonen patiënten met MSA meestal symptomen op jonge leeftijd, met het gemiddelde begin in de vroege jaren '50. De reis naar een diagnose kan lang en moeilijk zijn. Veel patiënten worden eerst gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson, maar na verloop van tijd veranderen de omvang, de ernst en het type symptomen, waardoor een diagnose van MSA waarschijnlijker wordt.

Een van de belangrijkste symptomen bij MSA-patiënten is de aanwezigheid van slaapafwijkingen zoals snurken en apneu, stridor en het uitvoeren van dromen. Ook kunnen subtiele veranderingen in de spraak van een persoon, zoals een lage toon of een trillende stem, duidelijk zijn en kan de arts symptomen opmerken die er enigszins anders uitzien dan die van de ziekte van Parkinson. De diagnose MSA wordt klinisch gesteld en neuroimaging kan soms helpen bij de bevestiging van een klinisch vermoeden. 

Gemeenschappelijke en onderscheidende kenmerken van MSA

 

 

    • Overeenkomsten met parkinsonisme : zowel de ziekte van Parkinson als MSA worden gekenmerkt door afzettingen van een soort eiwit dat bekend staat als alfa-synucleïne in het zenuwstelsel. Beide aandoeningen zijn ook specifiek van invloed op cellen die dopamine produceren, een neurotransmitter die motoropdrachten bestuurt. Als gevolg hiervan treden veel van dezelfde motorische disfuncties op in de twee omstandigheden. 
    • Unieke kenmerken : Belangrijke verschillen onderscheiden de symptomen en het verloop van MSA van de ziekte van Parkinson en andere aandoeningen van het zenuwstelsel, zoals cerebellaire ataxie of puur autonoom falen (PAF). Met name treft MSA verschillende gebieden van de hersenen, waaronder het cerebellum, de balans- en coördinatiecentra van de hersenen en het autonome zenuwstelsel, zoals hierboven vermeld. 
    • Een ander onderscheidend kenmerk van MSA zijn de betrokken soorten cellen. Terwijl de ziekte van Parkinson de dopamine-producerende neuronen beïnvloedt van een motorisch controlerend deel van de hersenen dat bekend staat als het nigro-striatale gebied, treft MSA zowel neuronen als gliacellen - de steuncellen die de gezondheid van neuronen handhaven en die neuronen overtreffen 10: 1 . Bovendien produceren sommige gliacellen die bij MSA zijn aangetast myeline, de vettige stof die neuronen isoleert.